De overkoepelende organisatie, Dai Nippon Butokukai had grote invloed op Budo in het algemeen en Judo in het bijzonder. De Budosenmon Gakko (Busen) was de roemruchtige, professionele lerarenopleiding van de Butokukai. Mede door de ontwikkeling van Judo als wedstrijdsport (Olympische Spelen Tokyo, 1964) raakte het bestuderen en beleven van traditionele Kata na de tweede wereldoorlog op de achtergrond.

Echter, oude leraren die de Busenopleiding hadden gevolgd bleven met name in de omgeving van Kyoto de Kata nog altijd doceren, zoals dat voor de oorlog aan hun geleerd was. Vanaf 1960 nam de Kodokan actief de draad weer op en begon met nieuwe studies om de Kata te reviseren. Er bleven echter veel verschillende uitvoeringen en interpretaties van de kata in omloop. Vanaf eind jaren '80 heeft de Kodokan de kata studie geïntensiveerd wat uiteindelijk geleid heeft tot katawedstrijden. De Busen traditie ziet kata als middel om kwaliteiten te ontwikkelen, in stand te houden en te tonen bij examens om te zien of iemand in staat is om een bepaalde graad te bemachtigen.

In Japan werd het initiatief genomen door toonaangevende martial arts grootmeesters om krijgskunsten te bundelen d.m.v. een overkoepelend bestuursorgaan voor de diverse traditionele krijgskunsten. In 1895 werd de Dai Nippon Butokukai (Great Japan Martial Virtue Society) opgericht. Deze organisatie had als doel om de krijgskunsten controleren, conserveren als cultureel erfgoed en ze geestelijk verbinden met het systeem en doelstellingen van de Keizer. In de oprichtingsstatuten van de Dai Nippon Butokukai staat dat de centrale Dojo in Kyoto moet staan en dat er een inspecteur van Keizererlijke bloede aangesteld moet zijn. De Dai Nippon Butokukai was de eerste organisatie die volledige ondersteuning kreeg van de overheid. Het was tevens een organisatie die onderzoek verrichtte en ook certificaten uitreikte die hoog aangeschreven stonden.

In 1899 werd de Butokuden als officiële trainingshal (Honbu Dojo) en geopend. Dit was niet de eerste Butokuden, want in 794 werd in opdracht van keizer Kammu ook een centrale dojo opgericht om de Samurai militair te scholen. De Butokuden functioneerde als een soort uitvalsbasis voor krijgskunsten van de Butokukai en was gevestigd bij de historische Heian Shrine, vlak bij het keizerlijke paleis in Heian Jingu te Kyoto. Al snel kwamen Japans meest gerespecteerde leraren, vanuit alle disciplines, naar de Butokuden om te doceren en te demonstreren. Vandaag de dag staat deze dojo er nog steeds, maar wordt zelden of niet meer gebruikt.

In 1918, toen de Butokukai onder leiding van Oura Kanetake stond, werd het noodzakelijk geacht om gezamenlijke Kata te creëren. Het doel hiervan was om iedereen dezelfde Kata te laten beoefenen en op deze manier eenheid te creëren. Jigoro Kano, de grondlegger van het moderne Judo kreeg de opdracht om dit in goede banen te leiden. Ook de Kendo afdeling werd in deze periode verzocht om de Kata te standaardiseren.

De werkgroep onder leiding van Kano bestond uit 19 gerenommeerde leraren uit verschillende Jujutsu scholen. Kano gaf in het boek Mind over Body aan dat de verschillende Kata, na vele discussies, uiteindelijk zo zijn geformuleerd zoals zij heden ten dage bekend zijn. Vooral Katame no Kata en Kime no Kata zorgden voor meningsverschillen. Ook het aantal technieken van sommige Kata werd aangepast. Zo werd het Kime no Kata pas rond 1930 in de huidige vorm met 20 technieken gegoten! Tot die tijd bestond het uit de 10 technieken van het Kata wat tegenwoordig bekend is als Kime Shiki.